Chic Universe Beauty, interieur en stijl elke dag
Ideeën

Een tweetalige website voor je Brusselse onderneming opzetten

In het kort: In Brussel spreek je klanten aan in het Nederlands en het Frans, vaak ook in het Engels. Een tweetalige website werkt pas echt als elke taal een volwaardige versie krijgt: eigen teksten die geschreven zijn voor die doelgroep, een duidelijke taalkeuze, een logische structuur met aparte adressen per taal en hreflang-verwijzingen voor zoekmachines. Ook de wettelijke informatie hoort in elke taal beschikbaar te zijn.

Inhoud

Waarom is meertaligheid in Brussel geen detail?

Omdat je klanten in het Brussels Gewest dagelijks tussen talen schakelen, en een bezoeker die zijn taal niet vindt, sneller afhaakt dan je zou denken.

Een bakkerij in Sint-Gillis, een advocatenkantoor in de Europese wijk, een architectenbureau in Schaerbeek of een fietsenhersteller in Anderlecht: wie in Brussel onderneemt, heeft klanten met verschillende moedertalen. Franstaligen vormen een groot deel van het publiek, Nederlandstaligen zijn sterk aanwezig onder pendelaars en in bepaalde wijken, en daarnaast is er een omvangrijke internationale gemeenschap die vaak het Engels verkiest.

Een website die maar in één taal bestaat, sluit dus automatisch een deel van je markt uit. En een site met een slordige tweede taal stuurt een signaal over je professionaliteit. Een Franstalige klant die op een half vertaalde pagina belandt, met Nederlandse knoppen en een Franse titel, vraagt zich af of je hem wel echt wil bedienen.

Meertaligheid is in Brussel ook een kwestie van respect. Veel Brusselaars waarderen het wanneer een onderneming hen in hun eigen taal aanspreekt, zeker bij diensten waar vertrouwen een rol speelt. Dat geldt voor een tandarts net zo goed als voor een boekhoudkantoor.

Tot slot is er een strategisch argument. Zoekgedrag verschilt per taal. Een Franstalige zoekt met andere woorden dan een Nederlandstalige, en de concurrentie in de zoekresultaten is per taal anders. Een goede tweetalige site benut die twee markten afzonderlijk, in plaats van één markt half te bedienen.

Welke talen kies je en in welke volgorde?

Vertrek van je werkelijke klanten: begin met de talen waarin je vandaag al offertes, mails en telefoontjes krijgt, en voeg pas een derde taal toe als je die ook in de opvolging kunt waarmaken.

Voor de meeste Brusselse kmo’s ligt de keuze voor Nederlands en Frans voor de hand. De vraag is eerder of het Engels er ook bij moet. Dat hangt af van je publiek. Een consultant die werkt voor Europese instellingen of internationale organisaties, kan moeilijk zonder Engels. Een loodgieter in Jette heeft er meestal minder aan.

Stel jezelf daarbij een eerlijke vraag: kun je een klant die in het Engels contact opneemt, ook in het Engels verder helpen? Een website in drie talen schept de verwachting dat je die drie talen in de hele klantrelatie aankunt, van de offerte tot de factuur.

Een tweede vraag is welke taal de standaardtaal wordt. Dat is de versie die getoond wordt wanneer iemand je domeinnaam intypt zonder taalkeuze. Sommige ondernemingen kiezen bewust voor een neutrale startpagina waarop de bezoeker eerst zijn taal kiest. Andere tonen meteen de taal van het grootste klantensegment, met een duidelijke schakelaar naar de andere talen.

Er is geen universeel juist antwoord. Een tweetalige aanpak met een heldere taalschakelaar en een goed doordachte standaardtaal werkt voor de meeste Brusselse ondernemingen. Wat je ook kiest: maak de keuze bewust en leg ze vast vóór het ontwerp begint, want ze bepaalt de hele structuur van de site.

Hoe laat je bezoekers hun taal kiezen?

Zet een zichtbare taalschakelaar bovenaan elke pagina, toon de taalnamen in hun eigen taal en stuur de bezoeker bij een taalwissel naar dezelfde pagina in de andere taal.

De taalschakelaar is een klein element met grote gevolgen. Wie hem niet vindt, blijft op een pagina die hij maar half begrijpt of verlaat de site. De gebruikelijke plaats is rechtsboven in de kop van de pagina, op mobiel vaak in of naast het menu.

Een paar praktische aandachtspunten maken het verschil:

Dat laatste punt verdient extra aandacht. Automatische taaldetectie lijkt handig, maar in Brussel werken veel mensen met een Engelstalige computer terwijl ze liever in het Frans of het Nederlands lezen. Een suggestie (“Deze pagina bestaat ook in het Nederlands”) is vriendelijker dan een harde omleiding. Bovendien kunnen zoekmachines in de war raken als ze telkens naar een andere taalversie worden gestuurd.

Ook de navigatie zelf moet in elke taal kloppen. Menu-items, knoppen, foutmeldingen in formulieren en de tekst in de footer worden allemaal vertaald. Niets ondermijnt een Franse versie zo snel als een Nederlands woord dat in een knop is blijven staan.

Volstaat een vertaling van de Nederlandse tekst?

Nee: een woordelijke vertaling mist vaak de toon, de zoekwoorden en de verwachtingen van de andere taalgroep, dus elke taal verdient teksten die voor die lezer geschreven zijn.

Veel tweetalige sites ontstaan door eerst alles in één taal te schrijven en het daarna integraal te laten vertalen. Het resultaat is grammaticaal correct, maar leest vaak stroef. Franstalige teksten hebben doorgaans een andere opbouw en een iets formelere toon dan Nederlandstalige. Een slogan die in het Nederlands speels klinkt, kan in het Frans vlak vallen.

Beter is het om per taal te vertrekken van de boodschap en niet van de zinnen. Bepaal per pagina wat een bezoeker moet begrijpen en welke stap hij daarna zet. Laat dan een tekstschrijver of vertaler met een goed gevoel voor de doeltaal een tekst schrijven die dat doel bereikt. Dat heet ook wel transcreatie: vrij vertalen met het oog op het effect.

Zoekwoorden zijn een tweede reden. De Nederlandse zoekterm en zijn letterlijke Franse vertaling zijn zelden de woorden die mensen effectief intypen. Een Franstalige zoekt misschien naar “création site internet” terwijl de vertaling iets anders zou opleveren. Zoekwoordenonderzoek gebeurt dus per taal, en de resultaten bepalen mee welke pagina’s er in elke versie komen.

Het mag zelfs zo zijn dat de twee versies niet identiek zijn. Biedt je onderneming een dienst aan die vooral Franstalige klanten aanspreekt, dan kan die in het Frans uitgebreider aan bod komen. Zorg wel dat de hoofdpagina’s in beide talen bestaan, zodat de taalschakelaar altijd ergens naartoe kan.

Wie online iets intypt als website laten maken brussel, vindt partners die heel verschillend met die vraag omgaan. Een nuttige toets in het eerste gesprek: vraag wie de teksten per taal schrijft, of er per taal zoekwoordenonderzoek gebeurt en hoe de Franse en de Nederlandse versie na de lancering samen onderhouden worden.

Hoe begrijpen zoekmachines je taalversies?

Geef elke taal een eigen, vaste URL, koppel de versies aan elkaar met hreflang-verwijzingen en zorg dat elke versie volledig in één taal geschreven is.

Een zoekmachine moet weten welke pagina voor welke taal bedoeld is. Dat begint bij de structuur van je adressen. Gangbare opties zijn:

Structuur

Voorbeeld

Voordeel

Nadeel

Submappen per taal

jouwzaak.be/nl/ en jouwzaak.be/fr/

Eén domein, autoriteit wordt gedeeld

Vraagt een nette mappenstructuur

Subdomeinen

nl.jouwzaak.be en fr.jouwzaak.be

Duidelijke scheiding

Wordt soms als aparte site behandeld

Aparte domeinnamen

een Nederlandse en een Franse domeinnaam

Herkenbaar per taalgroep

Dubbel beheer en gesplitste autoriteit

Taal via parameter of cookie

dezelfde URL voor beide talen

Technisch eenvoudig

Slecht leesbaar voor zoekmachines

Voor de meeste Brusselse ondernemingen zijn submappen een verstandige keuze. De laatste optie, waarbij dezelfde URL afhankelijk van een instelling een andere taal toont, is af te raden: een zoekmachine ziet dan maar één versie.

Daarnaast vertelt het hreflang-attribuut aan zoekmachines welke pagina’s elkaars vertaling zijn. Op de Nederlandse pagina staat een verwijzing naar de Franse tegenhanger en omgekeerd, met de juiste taalcode, eventueel aangevuld met een regiocode voor België. Een “x-default” kan aangeven welke versie getoond wordt als geen enkele taal past. Die verwijzingen moeten wederzijds zijn: als de Franse pagina niet terugverwijst, negeren zoekmachines de koppeling vaak.

Hou ten slotte elke pagina zuiver in één taal, inclusief de paginatitel en de metabeschrijving. Een Franse pagina met een Nederlandse titel in de zoekresultaten oogt onverzorgd en kan de klikbereidheid drukken.

Hoe word je lokaal gevonden in beide talen?

Gebruik in elke taal de lokale namen en zoektermen die Brusselaars zelf gebruiken, en hou je bedrijfsgegevens overal identiek.

Brussel heeft het bijzondere kenmerk dat veel plaatsnamen in twee talen bestaan. Elsene en Ixelles, Sint-Joost-ten-Node en Saint-Josse-ten-Noode, Ukkel en Uccle: een Franstalige zoekt met de Franse naam, een Nederlandstalige met de Nederlandse. Gebruik dus in elke taalversie de juiste plaatsnaam, ook in titels en in de beschrijving van je werkgebied.

Je Google-bedrijfsprofiel verdient dezelfde zorg. De naam, het adres en het telefoonnummer moeten overal identiek zijn, op je website, in je profiel en in lokale gidsen. Een beschrijving in beide talen helpt, net als recensies van klanten in hun eigen taal.

Lokale vindbaarheid groeit ook met concrete, lokale inhoud. Een renovatiebedrijf dat een realisatie in Etterbeek of Vorst beschrijft, geeft zoekmachines een duidelijk signaal over zijn werkgebied, in beide talen.

Ook de keuze van een bouwpartner hangt daarmee samen: die neemt de tweetaligheid best vanaf het eerste gesprek mee in de planning, en niet pas aan het einde als een vertaalklus. Izoard, een bureau voor performance marketing in Etterbeek, beschrijft zijn vertrekpunt als volgt:

« Strategie eerst. Dan de site. Geen WordPress, geen thema met duizend opties waarvan je er drie gebruikt, geen plugins die maandelijks een update willen. Wat overblijft is HTML en CSS. »

Voor een tweetalige site betekent strategie eerst onder meer: per taal bepalen welke pagina’s nodig zijn en welke zoektermen ze moeten dragen, voor er één scherm ontworpen wordt.

Welke wettelijke informatie vertaal je mee?

Alle informatie die een bezoeker over zijn rechten en over jouw onderneming moet kunnen lezen, hoort in elke taalversie van de site te staan, en niet alleen in de standaardtaal.

Een Belgische bedrijfswebsite bevat een aantal vaste gegevens: de naam van de onderneming, het adres, contactgegevens en het ondernemingsnummer. Daarnaast verwerken de meeste sites persoonsgegevens, al was het maar via een contactformulier, en gebruiken ze cookies. Daarover moet je bezoekers duidelijk informeren.

Bij een tweetalige site rijst dan de vraag of die teksten in beide talen moeten bestaan. Het uitgangspunt is eenvoudig: de privacyregels vragen dat je informatie begrijpelijk is voor de persoon die ze leest. Een Franstalige bezoeker die alleen een Nederlandse privacyverklaring vindt, is niet echt geïnformeerd. Hetzelfde geldt voor de cookiebanner, die in de taal van de pagina moet verschijnen, met knoppen die in die taal even duidelijk zijn.

Verkoop je online, dan geldt dat ook voor je algemene voorwaarden. Een klant moet kunnen lezen waartoe hij zich verbindt.

Praktisch betekent dit dat je deze teksten niet laat vertalen door een algemene vertaalmachine zonder nalezing. Juridische formuleringen hebben een precieze betekenis. Laat ze bij twijfel nakijken door iemand die beide talen en de materie beheerst, en hou beide versies inhoudelijk gelijk wanneer je één ervan aanpast.

Veelgestelde vragen

Moet een Brusselse website verplicht in twee talen bestaan?

Nee, voor een private onderneming is dat geen algemene verplichting. In de praktijk is een tweetalige site in Brussel wel bijna altijd verstandig, omdat je anders een groot deel van je potentiële klanten mist.

Mag ik automatische vertaling gebruiken?

Ja, als hulpmiddel, maar niet als eindproduct. Laat de teksten altijd nalezen en herschrijven door iemand die de doeltaal goed beheerst, zeker op je belangrijkste pagina’s.

Zijn vlaggetjes een goede taalschakelaar?

Nee. Een vlag verwijst naar een land, niet naar een taal. Gebruik de naam van de taal of een korte taalcode.

Moet de Engelse versie even uitgebreid zijn als de andere twee?

Nee, dat hoeft niet. Een beperktere Engelse versie met je kernpagina’s kan volstaan, zolang ze verzorgd is en je klanten in het Engels kunt opvolgen.

Helpt hreflang om hoger te scoren?

Nee, niet rechtstreeks. Het zorgt er wel voor dat zoekmachines de juiste taalversie tonen aan de juiste bezoeker, wat onrechtstreeks je zichtbaarheid en je klikratio ten goede komt.

Kernpunten

• In Brussel bereik je met één taal maar een deel van je markt; elke taal verdient een volwaardige versie.

• Kies je talen op basis van je echte klanten en je vermogen om ze in die taal op te volgen.

• Een zichtbare taalschakelaar met taalnamen, en geen vlaggetjes, stuurt naar dezelfde pagina in de andere taal.

• Schrijf per taal vanuit de boodschap en met eigen zoekwoorden in plaats van woordelijk te vertalen.

• Aparte adressen per taal en wederzijdse hreflang-verwijzingen helpen zoekmachines de juiste versie te tonen.

• Gebruik in elke taal de juiste Brusselse plaatsnamen en hou je bedrijfsgegevens overal identiek.

• Privacyverklaring, cookiebanner en voorwaarden horen in elke taalversie, juist en inhoudelijk gelijk.

Lees ook

Deze site gebruikt enkel functionele cookies. Door verder te surfen aanvaardt u het gebruik ervan. Meer info